December 17 2017 16:37:56
Navigatie
· Home
· Artikelen
· Literatuur
· Forum
· Web Links
· Foto's
· Zoeken

· RSS Forum
· RSS Nieuws

· Website van De Knoop
Gebruikers Online
· Gasten online: 1

· Leden online: 0

· Totaal aantal leden: 235
· Nieuwste lid: Toyvin
Forumonderwerpen
Nieuwste onderwerpen
· Themabijeenkomst ove...
· ervaringsverhalen
· ARGOS-trainingsdagen
· Landelijke themabije...
· De Knoop organiseert...
Actiefste onderwerpen
· ervaringsverhalen [8]
· zorgen [7]
· Help, even hart l... [6]
· mijn hechtingspro... [5]
· Hechtingstoornis? [4]
Laatste Artikelen
· Meetbare littekens o...
· Tips over Jeugdzorg/...
· 'Jeugdzorgsysteem in...
· Huntington en Hechting
· Onderzoeksvraag
Huntington en Hechting
In de loop van de jaren is de indruk ontstaan dat het opgroeien in een gezin waar één van de ouders de ziekte van Huntington heeft van invloed is op de psychische ontwikkeling van betrokken kinderen. Om na te gaan of deze invloed aantoonbaar is wanneer deze kinderen volwassen zijn geworden, is enkele jaren geleden besloten hier wetenschappelijk onderzoek naar te doen. Als theoretisch kader hierbij is de hechtingstheorie gebruikt.
In dit artikel bespreken we de resultaten van het onderzoek dat in Leiden en Rotterdam is uitgevoerd en waarover onlangs een publicatie is verschenen in het internationale vaktijdschrift "Patient Education and Counseling".

Hechtingstheorie

Rond 1960 introduceerde psychiater John Bowlby de hechtingstheorie. Op basis van zijn ervaringen met kinderen en hun ouders veronderstelde hij dat zuigelingen een aangeboren mechanisme hebben dat maakt dat ze zich kunnen en willen hechten aan hun moeder. Tegenwoordig gaan we er overigens van uit dat zowel moeder als vader, en in sommige gevallen ook andere verzorgers, voor het kind belangrijke hechtingsfiguren kunnen zijn. Door hun gedrag zorgen jonge kinderen ervoor dat hun moeder in de buurt blijft, wat een belangrijke voorwaarde is om te kunnen overleven. Vooral in moeilijke situaties, bijvoorbeeld als het kind bang, moe of ziek is, zoekt het de nabijheid van de verzorgende ouder. Bowlby veronderstelde dat de ervaringen van het kind met zijn moeder als een blauwdruk worden gebruikt voor belangrijke sociale relaties in het latere leven. Wanneer de ervaringen met moeder goed zijn, d.w.z. wanneer zij meestal gevoelig is voor de behoeften van het kind, dan ontstaat een zogenaamde veilige gehechtheidsstijl:
het kind heeft ervaren dat zijn moeder beschikbaar en betrouwbaar is en heeft op basis hiervan vertrouwen in relaties met anderen, later in het leven. Het kind kan in de loop van zijn ontwikkeling de buitenwereld tegemoet treden vanuit een veilige basis. Wanneer de ervaringen met moeder minder gunstig zijn geweest, bijvoorbeeld wanneer het kind niet bij haar terecht kon wanneer dat nodig was, of wanneer moeder onvoorspelbaar was in haar beschikbaarheid voor het kind, dan ontstaat een minder veilige gehechtheidsstijl. Als volwassene zal een persoon met dergelijke ervaringen in het algemeen minder vertrouwen hebben in wat anderen voor hem of haar kunnen betekenen. Hierdoor kunnen emotionele problemen ontstaan, vooral op het gebied van het aangaan en onderhouden van relaties.

In gezinnen met een vader of moeder die de ziekte van Huntington heeft, verloopt het opvoedingsproces wellicht vaak anders dan in de meeste andere gezinnen.
De aangedane ouder kan last hebben van lichamelijke, psychische of cognitieve problemen, die op allerlei manieren van invloed kunnen zijn op het proces van opvoeding. Wanneer de ouder bijvoorbeeld depressief is, is hij of zij misschien minder beschikbaar voor het kind, of wanneer de aangedane ouder regelmatig agressief gedrag vertoont, kan het voor een kind moeilijk zijn om hem of haar nog volledig te vertrouwen en het gevoel te hebben bij de ouder terecht te kunnen als dat nodig is. In de relatie tussen ouder en kind kan soms sprake zijn van rolomkering, waarbij het kind zich verantwoordelijk voelt voor het welzijn van de ouder en een aantal zorgtaken op zich neemt. Allerlei emotionele kwesties kunnen het opvoedingsproces bemoeilijken, bijvoorbeeld wanneer vader of moeder zelf veel negatieve ervaringen heeft opgedaan of wanneer gevoelens van schuld of schaamte een rol spelen. Bovendien is in gezinnen met een ouder die lijdt aan de ziekte van Huntington de kans groter dat een kind traumatische gebeurtenissen of ernstige verlieservaringen meemaakt, bijvoorbeeld wanneer de aangedane ouder duidelijke psychiatrische verschijnselen vertoont en moet worden opgenomen of overlijdt wanneer het kind nog niet volwassen is.
Vanuit de hechtingstheorie kun je veronderstellen dat dergelijke ervaringen met vader of moeder leiden tot een ander verwachtingspatroon op het gebied van sociale relaties. Er zou een minder veilige gehechtheidsstijl kunnen ontstaan, die mogelijk van invloed blijft tijdens de volwassenheid en ertoe zou kunnen leiden dat de betrokkene minder goed in staat is tot het aangaan en onderhouden van relaties met anderen. In ons onderzoek hebben we geprobeerd te weten te komen of deze veronderstelling juist is. We wilden weten of volwassenen die zijn opgegroeid met een ouder die de ziekte van Huntington had inderdaad vaker dan andere volwassenen een onveilige gehechtheidsstijl hebben.

Wat hield het onderzoek in?
Voor het onderzoek zijn via de Vereniging van Huntington en via de afdeling Klinische Genetica van het Erasmus Medisch Centrum potentiële deelnemers benaderd. Bij een groep van 32 volwassen personen met 50% risico op het krijgen van de ziekte van Huntington (d.w.z. niet getest en zonder symptomen van de ziekte van Huntington), die zijn opgegroeid met een aangedane ouder, is het zogenaamde Gehechtheidbiografisch Interview (Adult Attachment Interview) afgenomen. In dit interview wordt op een gestandaardiseerde manier gevraagd naar ervaringen met de ouders tijdens de kindertijd en wordt nagegaan wat het effect van deze ervaringen geweest kan zijn op de ontwikkeling en op het huidige functioneren. Op basis van de manier waarop de geïnterviewde antwoord geeft op de gestelde vragen, wordt na afloop vastgesteld welke gehechtheidsstijl de geïnterviewde hanteert.

Er zijn vier gehechtheidsstijlen, nl.:

Veilig/Autonoom:

De geïnterviewde beschrijft de ervaringen in de kindertijd op een samenhangende en geloofwaardige manier en ziet het belang van deze ervaringen voor zijn ontwikkeling.


Gereserveerd:

De geïnterviewde kan zich met moeite gebeurtenissen uit de kindertijd herinneren, idealiseert de ouders en het verleden', ontkent of devalueert het belang van deze ervaringen; soms beschrijft de geïnterviewde vroege ervaringen van afwijzing door de ouder.


Gepreoccupeerd:

De geïnterviewde laat verwarring zien met betrekking tot de ervaringen in de kindertijd, geeft blijk van negatieve gevoelens en herinneringen voortkomend uit conflicten in de "relatie tussen ouder en kind, geeft blijk van boosheid, passiviteit of een behoefte om het de ouder naar de zin te maken; soms beschrijft de geïnterviewde ervaringen met roJomkering.


Gedesorganiseerd/onverwerkt:

Wanneer het tijdens het interview gaat over traumatische ervaringen of verlieservaringen, raakt de geïnterviewde de draad van het verhaal kwijt, worden er beangstigende beelden beschreven of wordt duidelijk dat de geïnterviewde niet rationeel denkt. Het gaat hierbij om ervaringen die niet verwerkt zijn.

Het interview is bij alle deelnemers afgenomen door Marleen Duisterhof, psycholoog, destijds werkzaam in het Erasmus MC te Rotterdam. Naast het interview is gevraagd naar biografische gegevens en naar de familiegeschiedenis m.b.t. de ziekte van Huntington.
We hebben de resultaten binnen onze onderzoeksgroep vergeleken met de resultaten van een grote groep volwassenen zonder bijzondere achtergrond, die we kennen uit onderzoek van de pedagoog Van IJzendoorn. Daarnaast hebben we binnen onze onderzoeksgroep gekeken of we een verband kunnen vinden tussen bepaalde ingrijpende gebeurtenissen in de kindertijd en de gehechtheidsstijl van de betrokken persoon.

Resultaten

In de door ons onderzochte groep vinden we een duidelijk kleiner percentage personen met een veilige gehechtheidsstijl (38,7%), in vergelijking met de genoemde normgroep (59,2%). Er is dus bij een groter deel van de deelnemers uit onze groep sprake van een onveilige gehechtheidsstijl.
Er is in onze onderzoeksgroep vooral een groter percentage personen met een gepreoccupeerde gehechtheidsstijl (45,2%, tegen 17,6% in de normgroep).
Bij mensen die zijn opgegroeid met een ouder met de ziekte van Huntington bestaat dus vaker een gehechtheidsstijl die gekenmerkt wordt door verwarring over de eigen ervaringen, door boosheid, conflicten en passiviteit, en in sommige gevallen door ervaringen met rolomkering. We kunnen verwachten dat deze gehechtheidsstijl van invloed is op hoe de betrokkene met andere mensen omgaat.
Als we in het bijzonder kijken naar de gehechtheidsstijl die in verband wordt gebracht met onverwerkte trauma's en verlieservaringen (gedesorganiseerde gehechtheidsstijl), dan zien we in onze onderzoeksgroep een duidelijk groter percentage (53,1%) met deze gehechtheidsstijl dan in de'normgroep (18,4%).
De gedesorganiseerde gehechtheidsstijl wordt, meer dan de andere stijlen, in de vakliteratuur in verband gebracht met emotionele en psychische problemen.
Ingrijpende gebeurtenissen die met de ziekte van Huntington te maken hebben, lijken van invloed te zijn op de volwassen gehechtheidsstijl. Binnen de groep geïnterviewden met een onveilige gehechtheidsstijlligt de leeftijd waarop hij of zij met de ziekte van Huntington werd geconfronteerd lager dan binnen de groep met een veilige gehechtheidsstijl. De geïnterviewden in de "onveilige" groep waren gemiddeld jonger toen de aangedane vader of moeder kwam te overlijden.
Binnen de groep met een gedesorganiseerde gehechtheidsstijl ligt de gemiddelde leeftijd waarop verschillende ingrijpende gebeurtenissen met de zieke ouder plaatsvonden (eerste symptomen, opname, overlijden) het laagst. In deze groep kwam het ook vaker voor dat de aangedane ouder definitief werd opgenomen of kwam te overlijden voordat de geïnterviewde volwassen was. Al met al kunnen we aannemen dat de kans op een veilige gehechtheidsstijl groter is naarmate iemand later in de kindertijd te maken krijgt met de ziekte van de ouder. De kans op de minst "gunstige" gehechtheidsstijl wordt groter naarmate de ziekte eerder in het leven van invloed is.

Wat betekent dit voor u en voor ons?


Het is belangrijk om te bedenken dat dit onderzoek is uitgevoerd bij een beperkt aantal deelnemers. We kunnen dan ook niet stellen dat wat voor deze groep geldt zonder meer van toepassing is op iedere 50% risicodrager die is opgegroeid bij een ouder met de ziekte van Huntington. In individuele gevallen valt op basis van ervaringen die men in de kindertijd heeft opgedaan waarschijnlijk niets te voorspellen. Ongunstige ervaringen in de kindertijd leiden niet zonder meer tot een onveilige gehechtheidsstijl, ze vergroten wellicht wel de kans op een dergelijke gehechtheidsstijl.
Op basis van ons onderzoek lijkt het erop dat opgroeien in een gezin waar de ziekte van Huntington voorkomt van invloed is op de volwassen gehechtheidsstijl.
Vooral wanneer iemands leven al op jonge leeftijd gekleurd wordt door deze aandoening, zou er een grotere kans zijn op een onveilige gehechtheidsstijl.
In het werk binnen de Klinische Genetica kunnen we met deze bevindingen rekening houden, door oog te hebben voor ongunstige ervaringen in de kindertijd van risicodragers en de mogelijke gevolgen hiervan. Bij het proces rondom voorspellend testen zou gehechtheid een factor kunnen zijn die .aanpassing na een testuitslag voorspelt. Verder wetenschappelijk onderzoek, wat we binnenkort in gang hopen te zetten, zal moeten uitwijzen of dit inderdaad het geval is.
Naarmate we meer weten over het effect van opgroeien in een gezin met de ziekte van Huntington, kunnen hulpverleners ouders en kinderen betere ondersteuning bieden. Het zou goed zijn wanneer al tijdens het opvoedingsproces passende steun gegeven zou kunnen worden aan ouders die de ziekte van Huntington hebben. Verder zou het belangrijk kunnen zijn om mensen die bepaalde ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt te helpen bij de verwerking hiervan.
Dat zou voor henzelf voor belang kunnen zijn, maar ook voor de kinderen die eventueel door hen worden opgevoed.

Publicatie:
Van der Meer L, Timman R, Trijsburg W, Duisterhof M, Erdman R, Van Elderen T, Tibben A.
Attachment in families with Huntington's disease: A paradigm in clinical genetics.
Patient Education and Counseling 2006; 63(1-2):246-254.

Correspondentie:
Mw. drs. LB. van der Meer, Centrum voor Humane en Klinische Genetica, Leids Universitair Medisch Centrum, Postbus 9600, 2300 RC Leiden tel.: (071) 526 80 33 email: I.b.van_der_meer @Iumc.nl

Met dank aan de deelnemers aan deze studie. Deze studie is mede mogelijk gemaakt door de Stichting Dienstbetoon Gezondheidszorg van de 'Open Ankh' Stichting en de Atlant Zorggroep.

Gepubliceerd in het Kontaktblad van de Vereniging van Huntington nr. 4 2006

Link Hechting en Huntington
Reacties
Er zijn nog geen reacties geplaatst.
Reactie plaatsen
Logt u a.u.b. in om een reactie te plaatsen.
Waardering
Waardering is alleen beschikbaar voor leden.

Logt u a.u.b. in om te stemmen.

Er zijn nog geen waarderingen gegeven.
Inloggen
Gebruikersnaam

Wachtwoord



Wachtwoord vergeten?
Vraag hier om een nieuw wachtwoord.
Shoutbox
U dient in te loggen om een bericht te plaatsen.

26/01/2014 21:44
Adoptie en hechtingsstoornis http://toyvin.word
press.com/

25/10/2012 13:29
Op http://www.vng.nl.
..t-jeugdwet
staat de inbreng van mensen en instellingen over de concept wettekst a.s. Jeugdwet, waar d

10/07/2012 11:50
Adoptie-klachtrech
t op http://adoptiezor.
..recht.html
(wanneer 20six.nl het niet doet). - [color=#990033]Het
klachtrecht is gebaseerd op de Algemene wet b

10/06/2012 19:15
zijn er volwassen mensen in een relatie bij wie bij 1 van hen nu pas (30) GBS is geconstateerd?

24/11/2011 13:44
Help de politiek te adviseren ten aanzien van de a.s. Wet Zorg voor Jeugd, die de Wjz gaat vervangen. Zal dat weer leiden tot on-gediagnosti- ceerde uithuisplaatsingen
, zonder valide onderzoek. Schr

18/05/2011 07:06
speltherapie in mentaliserende vorm onder begeleiding van een camera werkt ook.

04/04/2011 15:19
Hallo allemaal, wij zijn twee studenten die ons eindwerk maken over de beleving van het GBS bij geadopteerden. Hiervoor zoeken we nog kandidaten voor enqute. Meer info: forum - studenten. Alvast beda

27/02/2011 10:31
Hallo allemaal, wij zijn twee studenten die ons eindwerk maken over de beleving van het GBS bij geadopteerden. Hiervoor zoeken we nog kandidaten voor enqute. Meer info: forum - studenten. Alvast beda

08/01/2011 11:35
kan het zij dat een hechtingsstoornis overgaat (of de voorloper is) van borderline?

31/12/2010 10:55
vanaf gisteren tot zondag as is mn meiske bij r vader - ik mis haar zo Sad

Verwerkingstijd: 0.04 seconden 3,026,189 unieke bezoeken Top